Over ons >

Volg ons >

Contact >

De Atlas van de Wilde bijen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in opdracht van Brussel Leefmilieu, streeft er naar om de diversiteit, verspreiding, populatietrends en de ecologische noden van de meer dan 150 soorten wilde bijen in Brussel beter in kaart te brengen.

De informele naam van het project ‘Wild Bnb’ staat voor ‘Wilde Bijen en Brussel’ maar verwijst ook naar ‘Bed en Breakfast’, omdat we aandacht willen vragen voor geschikte bijenhabitats, zowel op vlak van nestplaatsen (bed), als op vlak van voedselplanten (breakfast).

f_logo_RGB-Hex-Blue_512.png
Group.png
twitter-512.png
instagram-round-flat-512.png

Stéphane De Greef
Projectcoördinator
Laboratoire d'Agroécologie

ULB, Campus de La Plaine

T : +32 (0)2.650.6081

E : stephane.de.greef at ulb.ac.be

© 2019 WildBnB - ULB Agroécologie

Alle foto's door Nicolas Vereecken tenzij anders vermeld

Ontdek de bijen!

Een korte introductie

Wanneer we het over ‘bijen’ hebben, denken de meeste mensen nog steeds alleen aan de gedomesticeerde Europese honingbij (Apis mellifera). Maar wist je dat er daarnaast ook nog eens 400 soorten wilde bijen voorkomen in België, en dat je ongeveer de helft hiervan kan aantreffen in Brussel?

Van de grote sociale hommels tot de minuscule solitaire bijtjes die nestelen in de grond of in holle stengels; ze spelen allemaal een cruciale rol bij de bestuiving van wilde planten en het functioneren van onze ecosystemen, parken en tuinen. Jammer genoeg zijn sommige soorten al tientallen jaren niet meer waargenomen terwijl andere sterk bedreigd worden door de moeilijke leefomstandigheden in het stedelijk gebied.

Werksters van de Europese honingbij op een honingraat (© Nicolas Vereecken)

Negen verschillende soorten wilde bijen die de diversiteit aan vormen, beharing en kleuren illustreren – er bestaan meer dan 400 soorten in België, waarvan de helft voorkomt in Brussel (© Nicolas Vereecken)

Sociale en solitaire bijen

De bekendste soort, de Europese honingbij (Apis mellifera), is een sociale bijensoort die leeft in kolonies van verschillende tienduizenden individuen in een artificiële (een bijenkast gemaakt door de mens) of natuurlijke holte (een boomholte).

Een enkele koningin (vruchtbare vrouwtjes) legt eitjes in zeshoekige celletjes gemaakt van bijenwas. Deze worden verzorgd door een leger van werksters (steriele vrouwtjes). Duizenden andere werksters zijn belast met het verzamelen van stuifmeel (eiwitrijk) en nectar (suikerrijk) op tientallen soorten bloemplanten. De nectar wordt omgezet in honing die als wintervoedsel fungeert.

De larven leven van honing en stuifmeel om te groeien en zich te ontwikkelen tot werksters, mannetjes en nieuwe (onbevruchte) koninginnen. Die laatste twee verlaten het nest in de zomer voor een bruidsvlucht waarna de koningin een nieuw volk opstart op een andere plek.

1/4

De meerderheid van de hommels (Bombus spp.), op de koekoekshommels na, leven ook in kolonies. Die kolonies bevinden zich vaak in verlaten muizennesten of onder stenen en ze bestaan uit tientallen of honderden werksters met een koningin en mannetjes. Verschillende soorten groefbijen (Lasioglossum) hebben ook een sociale levenswijze.

Deze sociale levenswijze is echter een uitzondering op de regel aangezien de meerderheid van de bijensoorten die voorkomen in de wereld en in België solitaire bijen zijn! Er is geen koningin en er zijn geen werksters. Er zijn enkel vrouwtjes en mannetjes zoals bij de meeste andere diersoorten.

1/6

Bij het grootste deel van de solitaire soorten zullen vrouwtjes, nadat ze met een mannetje gepaard hebben, onmiddellijk starten met de bouw van een nest in een zelfgegraven nestgang in de grond, in holle stengels of in een leeg slakkenhuisje.

 

Het nest bestaat vaak uit een tiental nestcellen (kamertjes) waarin telkens 1 eitje en een kleine voedselvoorraad ligt. Die voorraad bestaat uit stuifmeel dat verzamelt werd op 1 (monolectische soort), enkele (oligolectische soort) of veel verschillende plantensoorten (polylectische soort).

Wanneer de larve uit het eitje komt, zal deze zich voeden met stuifmeel om te kunnen groeien en zich te ontwikkelen, waarna ze zich ontpopt tot een volwassen bij. De meerderheid van de solitaire bijen hebben één enkele (univoltiene soort) of twee generaties (bivoltiene soort) per jaar.

Sommige bijensoorten hebben een parasitaire levenswijze: de vrouwtjes maken zelf geen nestjes, maar gaan op zoek naar nestjes die door andere bijensoorten zijn gemaakt. Eens een nest gelokaliseerd is, sluipt de parasitaire bij er binnen en legt een eitje op de verzamelde voedselvoorraad; een beetje zoals een Koekoek! We noemen deze groep van bijen dan ook koekoeksbijen. Het gedrag van deze parasitaire bijen is fascinerend, maar vaak nog onvoldoende bekend.

Vergelijking Europese honingbij / Wilde bijen in België

Aantal soorten

Levenswijze

Nesttype

Voedingswijze 

 

Bezochte plantensoorten

Economisch belang

 

Ecologisch belang

Populatietrends

Europese honingbij

1 soort (Apis mellifera)

Sociaal (een koningin, werksters, mannetjes)

Holtes (artificiële bijenkast of natuurlijke holtes)

Nectar voor volwassen insect, stuifmeel voor de larven

> 100 gecultiveerde en wilde planten Bestuiving van gewassen, honing, was, propolis 

Bestuiving van wilde planten*

Min of meer stabiel (gedomesticeerde soort)

Wilde bijen

~400 soorten in 37 genera en 6 families

Solitair met uitzondering van ~20 hommels en enkele soorten groefbijen 

Gangen in de grond, holle stengels, lege slakkenhuisjes, ... 

Nectar voor volwassen insect, stuifmeel voor de larven

 

Van 1 tot >100 (is sterk soortafhankelijk)

Bestuiving van heel wat gewassen

 

Bestuiving van wilde planten

Achteruitgang van zowel de diversiteit als de aantallen bij heel wat soorten. Andere soorten blijven stabiel of nemen zelfs toe. 

Tot slot is de Europese honingbij een soort die waarschijnlijk niet meer in het wild bestaat in Europa (IUCN). Ze is volledig gedomesticeerd (gehouden door imkers) of verwilderd (ontsnapte kolonies uit bijenkasten). Ondanks haar economisch belang (bestuiving van gewassen, productie van honing, was en propolis) kan een hoge dichtheid aan honingbijen een negatieve impact hebben op populaties van wilde bijen door competitie voor natuurlijke hulpbronnen (nectar, stuifmeel) en overdracht van pathogenen (bacteriën, virussen, fungi en parasieten).  

Wilde bijen zijn zeer divers en, ook al zijn sommige soorten zoals de Aardhommel (Bombus terrestris) of de Gehoornde metselbij (Osmia cornuta) zeer veerkrachtig en goed aangepast aan veranderingen in landgebruik (omvorming van natuur naar landbouw of steden), toch zijn heel wat soorten bedreigd door habitatverlies en klimaatverandering. Het is dus van groot belang om meer onderzoek te doen naar wilde bijen om hun populatietrends te bepalen, de redenen van achteruitgang in kaart te brengen en beschermingsmaatregelen te implementeren voor bedreigde soorten. De ontwikkeling van een Brusselse atlas van de wilde bijen is een onderdeel van deze onderzoeks- en beschermingsstrategie.

Dus, de Europese honingbij helpen is dus niet de oplossing voor de achteruitgang van bestuivers?

In tegenstelling tot wat je vaak verneemt via internetsites, kranten, petities en alarmerende documentaires, is de honingbij (Apis mellifera), onze meest bekende bij, in Europa niet met uitsterven bedreigd. De populaties honingbijen nemen zelfs toe (zie bijgevoegde grafiek). Meer informatie over de huidige situatie van de honingbij in Europa vind je in de publicatie van de Europese Commissie met betrekking tot de honingmarkt in 2018.

De honingbij is eeuwenlang door de mens gedomesticeerd, gekruist en kunstmatig geselecteerd om ze meer zachtaardig te maken en haar productie van honing en bijenwas te vermeerderen. De honingbij bestaat waarschijnlijk niet meer in het wild in Europa en "wilde kolonies honingbijen" die in de natuur voorkomen, betreffen uit bijenkorven ontsnapte exemplaren of hun afstammelingen.

In tegenstelling tot wat vaak beweerd wordt, blijft het aantal honingbijenvolken in de Europese deelstaten toenemen, zoals geïllustreerd met deze cijfers van de laatste 15 jaar (aantallen aangeduid in duizenden bijenkasten van 2004 tot 2018)

Bron: Europse Commissie

number-of-beehives-notified-by-the-ms-la

Onderzoekers stellen dat de honingbij wordt behandeld als andere gedomesticeerde landbouwdieren die gemakkelijk te vermeerderen en te verspreiden zijn binnen de context van een agrarische activiteit; in casu de bijenteelt. De honingbij is van economisch belang door de productie van honing, was en propolis, en door zijn bestuivingsdiensten in land- en tuinbouw, onder meer in appelboomgaarden.

 

De huidige honingbij is echter geen deel meer van een natuurlijk ecosysteem; een kolonie honingbijen van tienduizenden individuen wordt geplaatst en geholpen door de mens (bijvoedering en bescherming tegen predatoren, schimmels, bacteriën en virussen, vaak met diergeneeskundig ingrijpen) en kan een belangrijke voedselconcurrent zijn voor heel wat soorten wilde bijen en andere bestuivende insecten.

Hoewel de achteruitgang van bestuivende insecten, waaronder wilde bijen, een reëel probleem is in de 21ste eeuw, worden honingbijen niet beïnvloed door deze achteruitgang. Een toename van het aantal korven en kasten met honingbijen verhoogt zelfs de druk op wilde bestuivers en vermindert hun diversiteit en voorkomen.

Een vergelijking met vogels is handig om deze dualiteit tussen wilde en gedomesticeerde bijen beter te begrijpen. Wetenschappers zijn het erover eens dat de biodiversiteit snel en wereldwijd afneemt en meer lokaal merken we dat heel wat vogels in onze parken, tuinen en natuurgebieden achteruitgaan, zowel wat betreft het aantal soorten als het aantal individuen.

Om deze afname van het aantal soorten en individuen tegen te gaan, zou het vreemd zijn om het kweken van kippen in de natuur te promoten. Kippen zijn makkelijk te kweken vogels maar deze gedomesticeerde soort maakt duidelijk geen deel uit van onze natuurlijke ecosystemen, en de kweek en het houden ervan is een onderdeel van landbouwpraktijken en niet van natuurbescherming.

Bovendien zou de massale introductie van kippen negatieve gevolgen kunnen hebben omdat ons pluimvee dezelfde voedselbronnen heeft als wilde vogels en de kippen wilde vogels kunnen besmetten met ziekten en parasieten.

Het idee om kippenkweek te promoten om bedreigde vogels te helpen is absurd en doet ons lachen. Verrassend genoeg blijft het idee om de kweek van de Europese honingbij te promoten om de achteruitgang van wilde bestuivers te stoppen een zeer populair idee, ondanks het gebrek aan logica en wetenschappelijke ondersteuning. We hopen dat de informatie die we delen op deze website deze situatie kan verduidelijken.

Het plaatsen van kippenrennen in onze parken en tuinen is geen oplossing voor de achteruitgang van populaties van wilde vogels. Op dezelfde manier is het plaatsen van honingbijenkasten geen oplossing voor de achteruitgang van wilde bijen.